Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar.
Kerk Pervijze
schild schild
Kerk Yanama
Webwinkel   Sitemap | U bent hier > Orthodoxalia > Proloog van Ochrid

 

 

 

Go to MP3player

 

Juli

18

 

LOFZANG


Heilige Pambo


De monniken vroegen de gezegende Pambo:
‘Is het goed je naaste te prijzen?’
Eerst zweeg Pambo en toen zei hij tegen zijn broeders:
‘Het is goed hem te prijzen, maar het is beter te zwijgen.’
En weer vroegen zij Pambo: ‘Wie is volmaakt?’
‘Hij die om Gods wil zichzelf verloochent.’
De monniken zwegen en één vroeg toch nog:
‘Geef ons nog één antwoord:
Welk kleed zou de monnik moeten dragen?’
‘Van het soort dat je weggooit en dat niemand meer wil hebben.’
Zo sprak de heilige en sloot zijn mond.
Want hij beschermde zijn tong om niet onnodig te spreken.
Pambo straalde helemaal op het uur van zijn dood.
Toen men hem vroeg naar zijn leven zei hij:
‘Ik heb nooit brood gesmaakt dat ik niet zelf verdiend had,
Noch heeft mijn ziel over één woord berouw.

 

 

OVERWEGING

 

 

Wat behaagt God meer: een leven van versterving in de woestijn of werken van barmhartigheid? Mensen van het gebed in de woestijn denken dat men als mens onder de mensen, welke goede werken men daar ook doet, het moeilijk zal vinden om de zuiverheid van hart te bewaren en de geest op God gericht te houden. Weldoeners van mensen zeggen: dat de mens in de woestijn geheel gericht is op zijn eigen redding en niemand anders helpt voor zijn of haar redding.
Twee Egyptische broers, Païsius en Jesaja erfden een groot landgoed van hun ouders. Ze verkochten het landgoed en ieder nam zijn deel van het geld. Een van de twee deelde onmiddellijk zijn geld uit aan de armen, werd monnik en trok zich terug in de woestijn om daar een strikt leven van ascese te leiden zodat zijn geest door geduld, vasten en gebed gezuiverd zou worden van alle boze gedachten om zo zijn ziel te redden. De andere broer werd ook monnik, maar hij wilde niet naar de woestijn gaan, maar bouwde liever een klein klooster naast de stad met een ziekenhuis voor de zieken, een openbare refter (eetzaal) voor de armen en een plek om uit te rusten voor de bedroefden. Hij wijdde zich geheel aan de dienst aan zijn naasten. Toen beide broeders gestorven waren ontstond er onenigheid tussen de monniken in Egypte: ‘Wie van de twee had de wet van Christus vervuld?’ Ze kwamen er niet uit en gingen naar Pambo en stelden hem hierover vragen. H, Pambo antwoordde: “Beiden zijn volmaakt in de ogen van de Heer; de gastvrije is gelijk aan de gastvrije Abraham en degene die ascese beoefende gelijk aan de profeet Elia en beiden behaagden de Heer.’ Maar niet alle monniken waren tevreden over dit antwoord. Toen bad H. Pambo tot God of Hij hem de waarheid wilde openbaren. Nadat hij een paar dagen gebeden had zei de H. Pambo tegen de monniken: ‘Voor God zal ik jullie vertellen dat ik beide broers Païsius en Jesaja heb gezien in het paradijs.’ Hiermee was de onenigheid opgelost en iedereen was tevreden.

 

 

OVERDENKING

 

Laat mij nadenken over de wonderbare ervaring van Balaam (Numeri 22):
1. Hoe Balaam ertoe kwam te profeteren bij Balak, de prins van de Moabieten
2. Hoe de engel met een zwaard verscheen aan het eind van de weg en verhinderde dat Balaam verder kon gaan.
3. Hoe de ezel de engel eerder zag dan zijn meester en tegen zijn meester sprak.

 
© copyright 2003 - Broederschap Aartsbisschop Joan - alle rechten voorbehouden